Open luiken

Door: Hay Swinkels

De donkere Middeleeuwen. Nauwe straatjes beschermd door een hoge stadsmuur. ’s Nachts gingen de poorten dicht, evenals de luiken. Stank van de straat, gespuis en pestlijders moesten buitengesloten worden. Pas bij het eerste ochtendgloren kon het zonlicht binnenkomen, frisse lucht. De vrolijkheid op straat, marktkooplieden die door elkaar schreeuwden, kooplustige bezoekers uit de verre omgeving brachten dukaten binnen.

„Zolang de luiken open kunnen blijven en een frisse wind naar binnen kan waaien.”


Nu, zo’n 500 jaar later, blijven de luiken meestal open. De lucht is zuiver, pestlijders bestaan alleen nog figuurlijk en kooplustige bezoekers uit de verre omgeving brengen nog steeds dukaten–nu euro’s–binnen. In ruim een half millennium is er veel veranderd, maar ook wezenlijk? De mensen die nu achter de luiken wonen, leven die zoveel anders dan bijvoorbeeld de familie Oeijen-Boener uit 1588? Mijn naam komt voor in de Middeleeuwse archieven van Venlo. Heb ik misschien hier ergens gewoond? Is dit een déjà vu? In ieder geval voelt het goed. Zolang de luiken open kunnen blijven en een frisse wind naar binnen kan waaien. De frisse wind van een open, vrije stad.