Erfgoedlezing: Het Rijke Roomse Leven en het onderwijs in Venlo

van Latijnse School tot Fontys

Gastspreker: Ir. Frans Hoebens

De lezing van dit jaar heeft zich meer met het immateriële, het geestelijke, dan met het fysieke erfgoed bezig gehouden. In de geest van het thema van de Open Monumentendag van 2020, ‘Leermo(nu)mentjes’, gaf Erfgoed Venlo hiervoor reeds een voorzet.

Gastspreker Ir. Frans Hoebens.

Het Rijke Roomse Leven en het onderwijs in Venlo.

In 1622 werd het Stadscollege tegenover de Sint Martinuskerk als Latijnse School overgedragen aan de Kruisheren, het eerste door religieuzen geleide onderwijsinstituut in Venlo. Pas na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 en de tweede stichting van het bisdom Roermond kwam er een gestage groei van congregaties die zich toelegden op de ziekenzorg en het onderwijs. Gestimuleerd door een zwaar katholieke regering werden tussen 1910 en 1940, de periode van het Rijke Roomse Leven, alleen al in Limburg honderdtwintig nieuwe kloosters gebouwd of betrokken: gemiddeld één nieuw klooster per kwartaal. Hoe is het te verklaren dat op het grondgebied van de huidige gemeente Venlo in die periode maar liefst veertien verschillende congregaties dertig scholen beheerden? Wat was hun motivatie, hoe financierden zij gebouwen en waren de religieuzen wel onderwijsbevoegd? Frans Hoebens, auteur van het standaardwerk ‘Kloosters in Limburg’ (Matrijs, 2017), stelde de antwoorden op deze vragen centraal in zijn lezing.

Fontys


De geschiedenis van de Limburgse kloosters in hoofdlijnen:

Een optelsom wijst uit dat er Limburg 400 panden aan te merken zijn geweest als klooster. Hiervan werden er in 2015 nog 40 bewoond door kloosterlingen. De 400 kloosters in Limburg werden niet alle nieuw gebouwd. Er werden er gevestigd in bestaande behuizingen, vooral eind van de negentiende eeuw. Er werd gekeken naar behoefte van Nederlandse orden en congregaties, gevolgd door vestigingsnoodzaak eerst uit Duitsland en daarna uit Frankrijk van verbannen congregaties, die vaak geen tijd hadden om te bouwen maar wel een pand konden huren of kopen. Ten gevolge van eerdere maatregelen na de Franse Revolutie uit de jaren 1793-1803 was de adel zijn privileges en dus haar basisinkomen kwijtgeraakt. Limburg had toen zo'n 250 kastelen, veel ervan waren eigendom van families die al meer kastelen hadden geërfd, in het buitenland woonden en veel bezittingen verkochten omdat zij het onderhoud niet meer konden of wilden betalen.

De Duitse Kulturkampf in de 19e eeuw gaf veel Duitse kloosterordes aanleiding om naar de nabijgelegen “buitenlanden” te vertrekken en daar zich nieuw te vestigen.

In de omgeving van Venlo is natuurlijk Pater Arnold Janssen in Steyl een bekend voorbeeld.

Al met al een geslaagde avond van de lezingentraditie van de Stichting Erfgoed Venlo.